Over ons

Delmogroep 1926 – heden

 
Padvindsters van de Delmogroep en padvinders van de Zoomgroep bijeen, 1938.

(Draagt Elkanders Last Met Opgewektheid)
De oprichting van een padvindsters-afdeling moeten we zoeken in het jaar 1926. In dat jaar werd er landelijk het tienjarig jubileum gevierd van het Nederlandse Meisjes Gilde en leidster Spido van het landelijke Gilde hield toen een toespraak voor de radio. Deze toespraak zorgde ervoor, dat een aantal dames in Bergen op Zoom het initiatief namen om te kijken, of er een stel meisjes te vinden waren om een afdeling op te richten. Die dames hadden succes en wisten 18 meisjes bij elkaar te krijgen.

Op de Rijks-HBS was er tevens ene mej. A. der Kinderen lerares Engels en zij was in Indië al enkele jaren lid geweest van de padvinderij. Zij vond het leuk om hier weer iets te doen met padvindsters en ze kreeg de naam Bajoe. De oprichtingsdatum werd 1 april 1927. De 18 meisjes, gezellen, gingen hard aan het werk om hun nieuwelingen-eisen te behalen.

Een moeder, mevr. Goudstikker, borduurde een afdelingsvlag (wapen van Bergen op Zoom op een witte baan) en op 25 juni 1927 volgde de plechtige installatie van de meisjes en de groep. Er waren daar zelfs enkele oud-padvinders bij! Leden dus van de allereerste padvindersgroep in Bergen op Zoom. Op het einde van het jaar had de groep al 24 padvindsters, verdeeld in de rondes Akeleien, Irissen en Kooltjes Vuur. De opkomsten bestonden vooral uit inspectie, EHBO, knopen, wandelen, gymnastiek en

armsignalen. Ook kamperen hoorde erbij. Het eerste kamp zou hebben plaatsgevonden in de Pinkstervakantie nabij de Grote Meren in Ossendrecht. Het weer was echter zo slecht, dat dit kamp niet doorging.

In de beginjaren was er nog geen clubhuis, maar in 1929 kon er een militair lokaal op de Grote Markt (eerste verdieping van het Vleeshuis) gebruikt worden voor de zaterdagmiddagbijeenkomsten. Niet voor lang, want spoedig zou men overgaan naar een lokaal van het Protestants Weeshuis (Blauwehandstraat 32). De groep was ook op andere terreinen actief. Er werd besloten om in beginsel mee te werken aan het oprichten van een jeugdherberg op Klavervelden.

Er kwamen pioniers en een jaar later kwamen er zelfs kabouters. Rosy Goudstikker werd van die tien kabouters de eerste Oehoe. In 1934 verhuisde de groep naar een oude boerderij van de NS aan de Zandlinie (oude ingang van vuilstortplaats de Kragge aan de Bergsebaan). Bajoe der Kinderen vertrok echter in 1933 en mej. Dupper, lerares aan de Neutrale School in de Coehoornstraat, nam het van haar over onder de naam Guido. Dat zou ze overigens 16 jaar blijven doen en daarna zou ze tot ver na 1960 aan de groep verbonden blijven. De oude boerderij bleek helaas te ver weg en te koud ’s winters. Daarom werd er geijverd voor een eigen clubhuis dichterbij en die kwam er in 1935: een oude, houten directiekeet en die kon weggezet worden op een van de NS gehuurd terrein aan de Zwarteweg, naast dat van tennisclub Olympia. Helaas werd daar maar vijf jaar gebruik van gemaakt, want in 1940 brak de oorlog uit en werd het clubhuis en alle kampeerspullen door de Duitsers gevorderd. Na de bevrijding op 27 oktober 1944 begon de groep onmiddellijk weer met opkomsten. Op de zolder van de Nutskleuterschool (van Dedemstraat 148-170) konden zowel de kabouters als de padvindsters terecht en dit zouden ze de volgende tien jaren blijven doen.

Op 5 oktober 1946 beleefde de groep een absoluut hoogtepunt, samen met alle verkenners en padvinders uit heel Bergen op Zoom. Nee, het betrof niet het 20-jarig jubileum. Lady Baden-Powell, de weduwe van de oprichter van scouting Robert Baden-Powell, kwam namelijk in Bergen op Zoom op bezoek. Op de Grote Markt stond iedereen, jong en oud, jongens en meisje, opgesteld om haar te ontvangen en mej. Dupper mocht haar begeleiden. Mej. Dupper had inmiddels een andere padvindstersnaam: Uhbo.

In 1952 had de groep twee kabouterkringen en twee padvindstersvendels. Er werd na jaren van afwezigheid zelfs een pioniersafdeling opgericht, met mw. Armbrust als leidster. Mw. Guido Molendijk, ook lerares aan de Neutrale School, werd toen hoofdleidster.

Voor alle opkomsten kwam er in 1954 eindelijk een eigen behuizing. Aan de Huijbergsebaan, op de plek waar deze nu gekruist wordt door de leidingstraat, verrees Maupertuus met een groot lokaal, een keuken, toilet en garderobe. De kabouters bleven toen nog op de zolder van de kleuterschool, maar tien jaar later zouden ook zij verhuizen naar het nieuwe clubhuis. Van Maupertuus werd 20 jaar gebruik gemaakt. De tegenwoordige leidingstraat werd in 1974 aangelegd en daarvoor moest het clubhuis wijken. Aan de Boslustweg no 6 verrees een nieuw en modern Maupertuus en daar zit de groep nog steeds.

Na de fusie van de vier landelijke vereniging tot één Scouting Nederland op 6 januari 1973 waren er ingrijpende veranderingen voor de groep. De blauwe uniformen met landelijke das bij de padvindsters en de bruine pakjes van de kabouters verdwenen immers en moesten ze de groene, gele en steenrode landelijke uniformen gaan dragen. Daar hoorde ook een eigen groepsdas bij en deze werd bruin met een oranje rand. Tegenwoordig is de groepsdas blauw met een Delmo-vignet in de punt. Op het einde van 1975 kwamen er pivo’s (voorheen pioniers) bij de groep en in 1977 werd er een sherpa-afdeling (SA 369) opgericht. De groep stond toen onder leiding van Riet Groeneveld uit Halsteren en in 1985 hadden ze 94 leden. Heden ten dage is dat niet veel anders, hoewel er in 1992 zelfs bevers (meisjes van 5-6 jaar) bijgekomen zijn. Door de allerlaatste vernieuwing binnen Scouting Nederland vorig jaar heten de kabouters en de padvindsters nu welpen en scouts. Maar al die tijd hebben ze alléén meisjes als leden gekend en dat is in Nederland absoluut uniek te noemen!

Bron: http://www.geschiedkundigekringboz.nl/100-jaar-scouting-in-bergen-op-zoom/